Sluit dit venster om terug te gaan naar de Apple pagina van RozemarijnOnline.


Bent u rechtstreeks op deze pagina gekomen, klik dan op:




of





ROZEMARIJNONLINE

De Apple pagina







Fenomeen: de magie van de Mac

Apple, het buitenbeentje dat de toon zet


door Marike Stellinga
in Elsevier




Tien jaar geleden op sterven na dood, nu verkozen tot het meest innovatieve bedrijf van de wereld: Apple loopt met de Mac en tegenwoordig ook de iPod eenzaam voorop. Met dank aan de teruggekeerde baas Steve Jobs. Fans kunnen niet zonder hun Mac. ‘Als je een Apple-gebruiker tegenkomt, denk je: jij bent okay.’


Maar liefst 17.000 gulden betaalde Bert Bolle (58), gepensioneerd antiquair uit Maartensdijk en emigrant in Australië, in 1984 voor zijn eerste Apple-computer met printer. Bolle: ‘Het was zo veel geld dat ik bij de bank moest gaan lenen.’ Van Apples Macintosh-computer, kortweg de Mac, was hij meteen fan. Het ding werkte zo logisch. ‘Wilden we computers met MS-DOS-software kunnen bedienen, dan moesten we drie boeken met uitleg doorlezen. Ik wil niet voor de computer denken, de computer moet voor mij denken.’


Sindsdien koopt Bolle elke vier à vijf jaar een nieuwe Mac. ‘Ik heb zo veel aan dat ding te danken. Twintig jaar geleden al kon ik zelf folders maken voor mijn winkel. Mensen stonden met hun oren te klapperen als ze dat hoorden. Naast mijn vrouw en mijn dochter is de Mac een belangrijk stuk van mijn leven geworden.’






Reint Scholvinck (27), scenarioschrijver voor onder andere productiemaatschappij NLfilm, groeide op met computers van Apple. Hij haat Windows, de software op de meeste personal computers (pcs). ‘Na vijf minuten op een gewone pc word ik gek. Ik kan er niet mee omgaan. Bij Apple druk je op één knop en dan heb je het gevonden. Bij Windows moet je veel meer handelingen verrichten.’ Aan overstappen denkt hij nooit, al zijn gewone pcs doorgaans goedkoper dan die van Apple.


Jean Offermann (82), gepensioneerd bouwkundige, is zo gek van Macs dat hij deze zomer aan boord gaat van een door Apple georganiseerde cruise. Al varend kan hij lezingen bijwonen over de Mac. Ook hij kocht zijn eerste Mac begin jaren tachtig. ‘Gevoelsmatig wist ik: dat is mijn machine. Om de vier jaar koopt Offermann een nieuwe. ‘Dagelijks ben ik met mijn Mac bezig. Het is een onmisbaar onderdeel van mijn leven geworden. Ik probeer er steeds dieper in te kruipen, zo interesseert die machine me.’



Crash


Bolle, Scholvinck en Offermann vormen geen uitzondering. In de regel zijn de miljoenen Mac-gebruikers hondstrouw aan hun Apple-computers. Steve Jobs (50), oprichter en topman van Apple, noemt ze niet voor niets ‘de beste klanten van de wereld’. Die klanten betaalden wel twintig jaar lang een forse premie voor hun Macs: gewone pcs waren zo ongeveer de helft goedkoper. Dat verschil in prijs is de voornaamste reden waarom slechts een kleine minderheid van de computergebruikers een computer van Apple in huis heeft. Liefst 95 procent van de huishoudens met een computer heeft een gewone pc met het besturingssysteem Windows van Microsoft in de studeerkamer staan.


Maar Mac-adepten betalen graag een hogere prijs. ‘Je krijgt meer waar voor je geld,’ zegt Duncan van der Mijl (25), vormgever bij een reclamebureau. Gebruikers houden van hun Mac: hij is mooi en gebruiksvriendelijk. Wie er eenmaal een heeft, wil nooit meer wat anders, zweren ze. De fans gaan zelfs zo ver dat als de Mac crasht, ze niet het apparaat de schuld geven, maar zichzelf. Antiquair Bolle: ‘Dan denk ik: ik heb hem vast over de kling gejaagd.’ Voor gewone pc-gebruikers is dit bijna onvoorstelbaar: voor hen is klagen over de computer een vast onderdeel van het gebruik geworden.


Geen andere fabrikant van computers of consumentenelektronica mag zich verheugen in zo’n trouwe schare fans als Apple. ‘Apple is het enige lifestylemerk in de computerindustrie,’ zei Larry Ellison, baas van softwaregigant Oracle in 1997. En dat is te merken.


Voor Apple-gebruikers is het kopen van een Mac een statement. Scholvinck: ‘Als je een Apple-gebruiker tegenkomt, denk je onwillekeurig: jij bent okay.’ De gemiddelde Mac-gebruiker is geïnteresseerd in mooie dingen. Van der Mijl zegt het zo: ‘Als je een Mac gebruikt, ben je iets meer een fijnproever.’ Apple-gebruikers zijn volgens Bolle non-conformisten. Tegendraads en eigenzinnig. Ze laten zich niets opdringen omdat de buurman het ook gebruikt.






Ook Ruud Wever, compagnon in het it-bedrijf SpaceCowboys.nl, ziet duidelijk verschil tussen gebruikers van Macs en van gewone pc’s. Ook al is hij bepaald geen evangelist van Apple: hij adviseert over beide systemen bij kleine bedrijven. Wever: ‘Pc-gebruikers zijn angstig, ze zijn heel bang om iets te doen op hun computer. Mac-gebruikers zijn veel zelfredzamer, ze gaan avontuurlijker en creatiever om met technologie.’


Zo sterk is de scheiding tussen Mac- en Windows-gebruikers dat iedereen in de computerwereld inmiddels spreekt over twee categorieën computers: Macs en pc’s. Eigenlijk is dat vreemd, want Macs zijn uiteraard ook personal computers. Maar een Mac-gebruiker noemt zijn computer nooit een pc, altijd een Mac.


Afgelopen juni riepen 940 hooggeplaatste managers Apple uit tot het meest innovatieve bedrijf ter wereld in een wereldwijde enquête van de Boston Consulting Group. Die eer is mede te danken aan het immense succes van Apples draagbare digitale muziekspeler, de iPod. De iPod is het toonbeeld van Apples vernieuwingsdrang met oog voor design en gebruiksgemak. Maar Apples innovatiedrang is net zo oud als het bedrijf zelf.


In een garage in Silicon Valley, Californië richtte Steve Jobs in 1976 met schoolvriend Steve Wozniak Apple op. Hun Apple II werd de eerste personal computer die aansloeg bij een groter publiek. Jobs werd de eerste beroemde computermiljonair, ver voordat Bill Gates bekend en rijk werd. Vanaf het prille begin, toen de meeste computers louter tekstverwerkers waren, wilde Jobs meer uit het apparaat halen. Hij beschouwde computers als meer dan saaie productiviteitsverhogers, hij zag in computers machines die de menselijke creativiteit konden verhogen. Computers moesten mensen plezier bezorgen.






Die overtuiging van Jobs maakte Apples computers anders. De iconen die Microsoft vanaf de jaren negentig in het Windows-besturingssysteem stopt, gebruikte Apple in zijn eigen besturingssysteem al in de jaren tachtig. Het in die tijd meest gebruikte besturingssysteem ter wereld, MS-DOS, had ingetikte codes nodig om opdrachten uit te voeren. De muis, nu gemeengoed voor pc’s, is eveneens een vinding van Apple uit de jaren tachtig. Apple was een van de eerste fabrikanten die een laptop op de markt brachten, en een van de eerste computermakers met een overigens geflopte zakcomputer. Ook liep het voorop met draadloze technologie voor computers.


Gebruikers roemen de Mac om het gebruiksgemak van de software en de schoonheid van de computer zelf, de hardware. De software is stabiel, zeker sinds Apple zijn besturingssysteem bouwde bovenop het Unix-besturingssysteem, dat vooral wordt gebruikt om grote, professionele computers te besturen. Apples software kan beter dan Windows verschillende programma’s tegelijk laten werken. Bovendien vallen Macs minder vaak ten prooi aan virussen en andere ongemakken die kunnen binnensluipen via internet. Deels komt dat doordat virusmakers hun pijlen eerder zullen richten op het besturingssysteem dat 95 procent van de wereld gebruikt: Microsoft Windows. Belangrijker is echter dat Apples software gewoon minder gevoelig is voor virussen dan Windows.


Niets verrukt Mac-gebruikers zo als het gebruiksgemak van de software. Programma’s gebruiken consequent dezelfde codes. Met name bij grafische vaklui is de Mac favoriet: anders dan bij Windows kunnen grafici bij Macs redelijk zeker zijn dat het plaatje op de computer er precies zo uit zal zien in druk. In deze gebruikersgroep heeft Apple dan ook een groot marktaandeel.



Nadelen


Natuurlijk zijn er ook nadelen aan Apple-computers. Omdat de Mac een klein marktaandeel heeft (zo’n 2 à 3 procent), zijn er minder toepassingen beschikbaar voor Mac-pc’s. Zo zijn er veel minder computerspellen te vinden die op Macs kunnen draaien dan op Windows-pc’s. En ook boekhoudkundige programma’s voor de Mac zijn nauwelijks verkrijgbaar. Ook zijn niet alle internetpaginas afgestemd op Mac-software. Het belastingformulier kunnen Mac-gebruikers bijvoorbeeld niet online invullen. Vanaf 2006 kan dat wel. Een van de oude nadelen, een moeizame uitwisselbaarheid tussen Windows-documenten en Mac-documenten, is grotendeels verdwenen nadat Apple en Microsoft in 1997 besloten samen te werken.


Wat Macs echt bijzonder maakt, is de prachtige, minimale vorm van de pc. Apple maakt zowel de software als de hardware, een uitzondering in de industrie. Voor het gros van de gewone pc’s maakt Microsoft de software en assembleren fabrikanten als IBM, Dell en Hewlett Packard het apparaat.


Apple weet de denkkracht van de computer te verbergen in een bolletje, of zoals in de laatste versies zelfs achterop een plat beeldscherm. Bovendien zijn de Macs veel stiller dan pc’s. De ventilator die de chips koelt, is zo ontworpen dat hij zo min mogelijk lawaai maakt. In de ogen van Apple-fans is een pc een bij elkaar geraapt zooitje, terwijl Apple zorgvuldig zijn computers zo mooi maakt dat het designobjecten zijn geworden.



                                   



Ruzie


Toch scheelde het weinig of Apple had de jaren negentig niet overleefd. De wereld koos massaal voor de software van Bill Gates. Steeds minder mensen waren bereid veel geld te betalen voor de computers van Apple, het buitenbeentje. Het marktaandeel van de Macs slonk van 11,2 procent in 1983 naar 3,3 procent in 1997. Het bedrijf leed honderden miljoenen euro’s verlies.


In de ogen van de commissarissen van Apple was de enige redding: Steve Jobs terugvragen. Jobs was in 1985 vertrokken na een hoog opgelopen interne ruzie. Na zijn vertrek maakte hij van computeranimatiebedrijfje Pixar een groot succes. Pixar maakt met digitale technologie nieuwe Disney-films als Finding Nemo en Toy Story. De beursgang van Pixar maakte Jobs belang 1,5 miljard dollar (1,29 miljard euro) waard. Zijn andere bedrijf, Next, een fabrikant van software en computers, deed het minder goed. Jobs wist Next echter wel aan Apple te verkopen voor 400 miljoen dollar (342 miljoen euro).


In 1997 krijgt Jobs opnieuw de leiding over Apple. Tijdens zijn afwezigheid was Apple in coma geraakt, zei hij later over de toestand waarin hij het bedrijf aantrof. Jobs gooit het roer om. Van een winstgeoriënteerd Apple maakt hij weer een productgeoriënteerd Apple. Jobs is geobsedeerd door gebruiksgemak. Technologie (en dus zijn producten) moet eenvoudig te gebruiken zijn. Jobs: ‘We willen de beste computers ter wereld maken, niet de grootste of de rijkste zijn.’ De sleutel van de redding lag volgens Jobs in het design van de Mac. Apple moest zijn jeugdige, non-conformistische imago terugwinnen.


Jobs terugkeer blijkt een meesterzet. Apple maakt sinds 2004 weer winst, en het marktaandeel krabbelt op. Twee belangrijke motoren achter die ontwikkeling zijn de iPod en de nieuwe, hippe Apple-winkels. De iPod-verkoop vormt inmiddels bijna eenderde van de omzet van Apple. In het eerste kwartaal van dit jaar verscheepte Apple 1 miljoen Macintosh-computers en 5,3 miljoen iPods. Mede dankzij het grote succes van de iPod verzesvoudigde de nettowinst in het eerste kwartaal naar 290 miljoen dollar (248 miljoen euro).






Apple lanceerde zijn draagbare digitale muziekspeler met ingebouwde harde schijf om duizenden liedjes op te slaan in 2001. Een succes werd het apparaatje ter grootte van een pakje sigaretten pas toen Jobs de platenbazen wist te overtuigen hun muziek te verkopen via iTunes, Apples digitale muziekwinkel op internet. Voor een iPod betalen consumenten grif de hoge prijs van 100 tot 500 euro.


Jobs voorzag dat de voornaamste technologie in de muziekindustrie zou verschuiven van muziekschijfjes zoals de cd naar software (mp3, de naam voor de nieuwe vorm van muziekopslag, is een manier om liedjes te comprimeren tot kleine digitale bestanden). ‘We geloofden dat we daardoor een kans hadden de muziekbusiness opnieuw uit te vinden,’ zei Jobs tegen het Amerikaanse blad Business Week over de iPod.


Nu verkoopt muziekwinkel iTunes zo’n 70 procent van alle legaal via internet gedownloade muziek. De iPod zelf heeft onder draagbare digitale muziekspelers een marktaandeel van zon 30 tot 50 procent.


Voor Jobs is de iPod een kans eindelijk zijn marktaandeel uit te breiden ten opzichte van Microsoft. Het overgrote deel van de kopers van iPods heeft geen Mac maar een computer met Windows-software in huis. De hoop is dat deze mensen te verleiden zijn om ook pc’s of laptops van Apple aan te schaffen.


Sinds een paar jaar opent Apple hippe, wit glimmende winkels in grote steden. Om dichter bij zijn publiek te kruipen. De winkels zijn een groot succes: de omzet groeit explosief. Wim Schermer opende een jaar geleden een Apple-winkel tegenover het Centraal Station in Amsterdam. Schermer is directeur van Apple Centre Mac Support in Uitgeest. De winkel in Amsterdam is een hit volgens Schermer, met name iPods en laptops verkopen goed. Schermer: ‘De inloop is zomaar zes keer zo groot als in een willekeurige andere vestiging die wij al jaren hebben. Onze omzet is daardoor in het afgelopen jaar met 50 procent gestegen.’


Om de poging meer marktaandeel te veroveren kracht bij te zetten, biedt Apple nu voor het eerst een echte, goedkope computer, de Mac mini. De Mac mini is niet meer dan een witte vierkante doos. Prijs: 500 euro. Scherm, muis en andere accessoires zijn niet inbegrepen. De computer is zo gemaakt dat alle schermen en muizen op de Mac mini kunnen worden aangesloten.


Beursanalisten drongen al jaren aan op een goedkope Macintosh-computer, om de drempel voor nieuwe klanten te verlagen. Zo’n tweederde tot driekwart van de thuis-pc-markt bestaat uit computers die minder kosten dan 700 euro.


Daar laten Apple en Jobs het waarschijnlijk niet bij. Jobs is ervan overtuigd dat een bedrijf niet te veel tegelijk moet doen, dus een vloedgolf aan nieuwe producten valt niet te verwachten. Maar dat Apple andere consumentenelektronica dan alleen computers en muziekspelers op de markt gaat brengen, is vrijwel zeker. Televisies, stereo’s, camera’s, allerlei apparaten digitaliseren, ze beginnen steeds meer op computers te lijken. De kerntechnologie in die apparaten wordt software. ‘Meer en meer consumentenelektronica ziet eruit als software in een doosje,’ zei Jobs vorig jaar tegen de Amerikaanse krant The Wall Street Journal. ‘Van software weten veel traditionele consumentenelektronicabedrijven echter weinig. En Apple des te meer.’



Kader bij artikel:

* 1976 Oprichting Apple door Steve Jobs en Steve Wozniak
* 1977 Apple II, s werelds eerste pc
* 1980 Beursgang Apple, Jobs miljonair
* 1983 Jobs haalt Pepsi-baas John Sculley over om Apple te leiden
* 1983 Apple voegt muis bij pcs
* 1984 Introductie Macintosh-computer
* 1985 Apple draait met verlies, Jobs verlaat Apple
* 1986 Jobs koopt Pixar, een clubje computer- animateurs
* 1987 Microsoft brengt Windows 2.0 uit
* 1998 Apple spant rechtszaak aan tegen Microsoft voor inbreuk op auteursrecht
* 1991 Introductie Powerbook, een laptop
* 1993 Introductie Newton, zakcomputer
* 1995 Windows 95, Pixar naar de beurs, Jobs miljardair
* 1996 Grote verliezen, Apple koopt Jobs bedrijf Next
* 1997 Jobs terug als baas, sluit wapenstilstand met Microsoft
* 1998 Introductie iMac (zes miljoen verkocht)
* 1999 Introductie iBook
* 2001 Introductie iPod
* 2003 Opening iTunes, Apples digitale muziekwinkel
* 2005 Apple verzesvoudigt winst, verkozen tot meest innovatieve bedrijf ter wereld




Auteur:

Marike Stellinga


Datum van publicatie:

9 juli 2005


Bron:

Elsevier 27, juli 2005, p114
(afbeeldingen zijn toegevoegd door de webmaster)


Verder lezen:

Elsevier







Sluit dit venster om terug te keren naar
RozemarijnOnline    De Apple pagina.

Bent u rechtstreeks op deze pagina gekomen, klik dan hieronder
om naar het overzicht met artikelen of de homepage te gaan.



Naar boven                       Overzicht artikelen                       Home